Mijn moeder had van een nicht van haar een kastje gekregen maar dit kon niet in haar auto. Dus staat het kastje nog bij haar nicht. Of ik het een keertje kon ophalen en daarvoor een auto kon huren. En neen, natuurlijk kon geen enkel kind wat bij haar om de hoek woont dit doen. (Ze heeft het gewoon aan niemand gevraagd ga ik van uit of wil het niet vragen om het commentaar wat ze dan krijgt).
Ik dacht; wat moet ze met nog een kastje; er staan al zoveel kasten en kastjes in haar huis. Maar ze had het volgende bedacht. Een kast die van mijn Opa en Oma was geweest, de ouders van mijn vader, die kon wel weg en dan kon ze daar die kast van haar nicht zetten.
En ik kon dat kastje dan wel krijgen, want dat vond ik toch mooi had ik gezegd. Ooit.
Ik bedacht me dit weekend dat ik het een mooi kastje vind, maar er geen plek voor heb. En heb ik het dan echt wel nodig? En het feit dat ik het mooi vind...ik heb nog 5 andere broers en zussen. Wat is hun mening? Ik herinner me nog hoe het in de voorkamer van mijn Opa en Oma stond. Boven het kastje hing sinds jaar en dag een schilderij. Over dat schilderij heeft mijn vader hele gevechten gevoerd met zijn zus wie dat mocht hebben - toen zijn ouders waren overleden. Uiteindelijk kwam en het kastje en het schilderij bij mijn vader terecht. Mijn moeder vond het niet fijn; ze associeerde het kastje en het schilderij met haar schoonfamilie en had niet veel met ze op.
Totdat mijn vader dement en opgesloten werd (beetje dramatisch opgeschreven, maar zo voelde het bij tijden voor mij) en mijn moeder me vertelde dat ze zo'n hekel had aan dat schilderij. Maar van mijn vader Moest dat ding perse in de woonkamer hangen. Ik zei haar dat ze nu toch een ander schilderij kon ophangen. Mijn vader zou immers nooit meer thuiskomen en ze hoefde niet meer met hem te overleggen. Ja maar wat zou zijn zus ervan zeggen.... Pffffff.
Ander schilderij opgehangen en het beruchte schilderij heeft ze uiteindelijk voor een appel en een ei aan iemand gegeven. Was een kostbaar schilderij, maar ze overlegde dan wel, maar handelt ook vaak in een impuls om maar van die rotzooi af te zijn. Of haar kinderen nog aan het schilderij hechten werd niet gevraagd.
Nu dat kastje. Ik bedacht me vanochtend vroeg dat als dit ding ook haar huiskamer verlaat, er niets meer van mijn vaders familie staat in haar huiskamer. Het zijn allemaal dingen en snuisterijtjes (brrr) die van haar familie zijn geweest. Alsof ik ook voor de helft niet zo leuk ben. Zo voelt het.
Ik hoef, nogmaals, dat kastje niet om aan mijn Opa en Oma of aan mijn vader te denken. Die herinnering zit niet in een kastje. Trouwens..mijn huiskamer is een mengelmoes van Ikea-hackspullen (geverfd of met andere poten) , een oude bank van een collega en een antiek haardstoeltje wat nog van de Oma van mijn vader is geweest, maar met een moderne stoffering. Het lijkt in niets op in de inrichting bij mijn moeder.
Natuurlijk is mijn moeder helemaal vrij om haar huis in te richten naar haar wens en smaak. En haar smaak is zeker mijn smaak niet. Teveel vaasjes, dingetjes, zogenaamd antiek en veel veel afstofwerk.
Waarom voelt het dan toch zo schurend, dit minimalisme met betrekking tot dingen van mijn vader.
Ik dacht; wat moet ze met nog een kastje; er staan al zoveel kasten en kastjes in haar huis. Maar ze had het volgende bedacht. Een kast die van mijn Opa en Oma was geweest, de ouders van mijn vader, die kon wel weg en dan kon ze daar die kast van haar nicht zetten.
En ik kon dat kastje dan wel krijgen, want dat vond ik toch mooi had ik gezegd. Ooit.
Ik bedacht me dit weekend dat ik het een mooi kastje vind, maar er geen plek voor heb. En heb ik het dan echt wel nodig? En het feit dat ik het mooi vind...ik heb nog 5 andere broers en zussen. Wat is hun mening? Ik herinner me nog hoe het in de voorkamer van mijn Opa en Oma stond. Boven het kastje hing sinds jaar en dag een schilderij. Over dat schilderij heeft mijn vader hele gevechten gevoerd met zijn zus wie dat mocht hebben - toen zijn ouders waren overleden. Uiteindelijk kwam en het kastje en het schilderij bij mijn vader terecht. Mijn moeder vond het niet fijn; ze associeerde het kastje en het schilderij met haar schoonfamilie en had niet veel met ze op.
Totdat mijn vader dement en opgesloten werd (beetje dramatisch opgeschreven, maar zo voelde het bij tijden voor mij) en mijn moeder me vertelde dat ze zo'n hekel had aan dat schilderij. Maar van mijn vader Moest dat ding perse in de woonkamer hangen. Ik zei haar dat ze nu toch een ander schilderij kon ophangen. Mijn vader zou immers nooit meer thuiskomen en ze hoefde niet meer met hem te overleggen. Ja maar wat zou zijn zus ervan zeggen.... Pffffff.
Nu dat kastje. Ik bedacht me vanochtend vroeg dat als dit ding ook haar huiskamer verlaat, er niets meer van mijn vaders familie staat in haar huiskamer. Het zijn allemaal dingen en snuisterijtjes (brrr) die van haar familie zijn geweest. Alsof ik ook voor de helft niet zo leuk ben. Zo voelt het.
Ik hoef, nogmaals, dat kastje niet om aan mijn Opa en Oma of aan mijn vader te denken. Die herinnering zit niet in een kastje. Trouwens..mijn huiskamer is een mengelmoes van Ikea-hackspullen (geverfd of met andere poten) , een oude bank van een collega en een antiek haardstoeltje wat nog van de Oma van mijn vader is geweest, maar met een moderne stoffering. Het lijkt in niets op in de inrichting bij mijn moeder.
Natuurlijk is mijn moeder helemaal vrij om haar huis in te richten naar haar wens en smaak. En haar smaak is zeker mijn smaak niet. Teveel vaasjes, dingetjes, zogenaamd antiek en veel veel afstofwerk.
Waarom voelt het dan toch zo schurend, dit minimalisme met betrekking tot dingen van mijn vader.




0 comments:
Post a Comment